Question Tags
In het Engels, vooral in de spreektaal, wordt vaak een kort vraagje aan een zin geplakt om deze vragend te maken. We noemen zo'n zin een tag question. Het aangeplakte vraagje wordt in het Engels een question tag genoemd.
Gebruik
Zoals in de inleiding al werd genoemd is het mogelijk om van een gewone zin een vraag te maken door er een kort stukje achter te zetten. In het Nederlands gaat dat bijvoorbeeld zo: - Jij woont in Leiden, of niet?
In het Engels wordt deze manier van vragen stellen heel vaak gebruikt. Een voorbeeld van een zin met een question tag is: - You live in London, don't you?
Vorm
Natuurlijk moet je bij het maken van question tags een aantal regels in de gaten houden, je kan niet zomaar alles achter een zin plakken. De belangrijkste regel is dat na een positieve zin de question tag negatief is, en andersom, dat na een negatieve zin de question tag positief is.
Bijvoorbeeld: - We are friends, aren't we?
of: - He never called, did he?
In het eerste voorbeeld is het eerste deel van de zin bevestigend (we are friends), en daarom de question tag ontkennend (aren't we).
In het tweede voorbeeld is het eerste deel van de zin negatief (he never called), en daarom de question tag positief (did he).
Ook belangrijk om te weten, maar vrij duidelijk, is dat het onderwerp van het eerste deel van de zin weer in de question tag terug komt.
Naaste bovenstaande zijn er nog drie regels van belang bij het maken van een question tag.
Regel 1: Als in de zin een vorm van to be (am, are, is) staat, wordt deze ook in de question tag gebruikt.
Bijvoorbeeld: - Peter is very nice, isn't he?
In bovenstaand voorbeeld is het eerste deel van de zin positief (he is very nice) waardoor de question tag negatief moet zijn (isn't he). Verder vinden we in het eerste deel van de zin een vorm van het werkwoord to be, namelijk is. Zoals we kunnen zien wordt dat woordje ook in de question tag gebruikt.
Regel 2: Als in de zin een hulpwerkwoord staat, wordt deze ook in de question tag gebruikt. Als er een hulpwerkwoord in een zin staat, moet er ook nog een ander werkwoord in staan. Een handige manier om vast te stellen of er een hulpwerkwoord in een zin staat, is dus te kijken hoeveel werkwoorden er in de zin staan.
Bijvoorbeeld: - We can't walk to school, can we?
In bovenstaand voorbeeld is het eerste deel van de zin negatief, waardoor de question tag positief moet zijn. Verder zien we dat er twee werkwoorden in de zin staan (can en walk). Can is het hulpwerkwoord dat in de question tag terug moet komen, en dat is inderdaar het geval in het voorbeeld.
Regel 3: Als er één werkwoord in de zin staat (en het is niet het werkwoord to be), komt een vorm van to do in de question tag. Met andere woorden, als er geen hulpwerkwoord in de zin staat, moeten we die zelf toevoegen.
Bijvoorbeeld: - Sheila likes him, doesn't she?
In bovenstaand voorbeeld staat in het eerste deel van de zin slechts één werkwoord (likes), daarom wordt er in de question tag een vorm van to do toegevoegd (does). Verder zien we dat het eerste deel van de zin positief is, waardoor de aangeplakte vraag negatief moet zijn.
Uitzonderingen
- I am great, aren't I?
Na de vorm am van het werkwoord to be wordt in de question tag het woordje are gebruikt, in tegenstelling tot wat regel 1 voorschrijft.