Present Simple

De present simple, in het Nederlands onvoltooid tegenwoordige tijd genoemd, is een veelvoorkomende werkwoordsvorm in het Engels. Helaas wordt deze vaak fout toegepast. Weten hoe dit stukje Engelse basisgrammatica toegepast dient te worden is essentieel voor elke middelbare scholier, en natuurlijk ook voor volwassenen die hun Engels willen verbeteren.


Onvoltooid tegenwoordige tijd
Als je in het Engels iets wilt zeggen in de tegenwoordige tijd, en als het dan om een feit, een gewoonte of om regelmaat gaat dan gebruiken we de present simple.

De present simple wordt gevormd door het onderwerp (I, he, she, it, we, they, the dog, my sister, etc.), gevolgd door het hele werkwoord zonder ‘to’.

He, she en it

Als het onderwerp in de zin ‘he’, ‘she’ of ‘it’ is, dan komt er –s achter het werkwoord. Er zijn echter een paar uitzonderingen, deze staan hieronder:

  • Eindigt het hele werkwoord op –o, dan komt er –es achter het werkwoord.
  • Eindigt het hele werkwoord al op –s, dan komt er –es achter.
  • Eindigt het hele werkwoord op –y, dan valt de –y weg en dan wordt deze vervangen door –ies.
  • Eindigt het werkwoord op –y met a, e, o, of ervoor dan moet er gewoon een –s achter het werkwoord.


Om een en ander wat te verduidelijken staan hieronder een aantal voorbeelden.

Ik loop altijd naar school. - I always walk to school.
Het gaat in bovenstaande zin om een gewoonte en het onderwerp in de zin is ‘ik’, daarom gebruiken we het hele werkwoord zonder ‘to’ (walk) en zonder ‘s’.

Zij loopt altijd naar school. - She always walks to school.
In deze zin gaat het weer om een gewoonte en het onderwerp in de zin is ‘zij’, daarom gebruiken we het hele werkwoord zonder ‘to’ en met ‘s’.

Mijn broer studeert geschiedenis. - My brother studies history.
In deze zin gaat het om een feit. Het onderwerp in de zin is ‘mijn broer’, dit kan vervangen worden door ‘hij’. Als het onderwerp in een zin ‘hij’ is dan komt er –s achter het werkwoord, in dit geval eindigt het werkwoord (study) op –y, dit moet dus vervangen worden door –ies.

Signaalwoorden

Als een van de volgende woorden in een zin staat, kun je er vanuit gaan dat er ook een present simple in de zin staat. Deze woorden noemen we signaalwoorden:

  • usually (gewoonlijk)
  • always (altijd)
  • often (vaak)
  • never (nooit)
  • every day / week / year etc. (elke dag / week / jaar etc.)
  • on Mondays, Tuesdays etc. (op Maandagen, Dinsdagen (eigenlijk dus iedere Maandag, Dinsdag) etc.)