Present continuous

De present continuous gebruik je:

  • Als je wilt aangeven dat iets op het moment van spreken aan de gang is.
  • Als je wilt aangeven dat iets in de toekomst gaat gebeuren(volgens een vast plan).
  • Als je irritatie wilt aangeven.


Vorm

De present continuous wordt gevormd door het onderwerp (I, he, she, it, we, they, the dog, my sister, etc.), gevolgd door een vorm van‘to be’ (zie hieronder) en het hele werkwoord zonder ‘to’ met daarachter –ing.

Het rijtje van ‘to be’

I am

You are

He is

She is

It is

We are

They are

Om het een en ander wat te verduidelijken staan hieronder een aantal voorbeelden.

Hij is naar school aan het lopen. - He is walking to school.
Het gaat in bovenstaande zin om iets dat op het moment van spreken aan de gang is (in het Nederlands zou je ook kunnen zeggen ‘hij loopt naar school’, in het Engels niet ‘he walks to school’, dit zou aangeven dat het een gewoonte is. Zie hiervoor present simple). Het onderwerp in de zin is ‘he’, achter ‘he’ komt ‘is’ (zie rijtje van ‘to be’) gevolgd door het hele werkwoord (to walk) zonder ‘to’ met daarachter –ing.

Zij gaat vanavond voetballen. - She is playing football tonight.
Het gaat in bovenstaand voorbeeld om iets dat in de toekomst gaat gebeuren volgens een vast plan (de voetbaltraining staat al een tijdje gepland). Het onderwerp in de zin is ‘she’, achter ‘she’ komt ‘is’ (zie, wederom, rijtje van ‘to be’) gevolgd door het hele werkwoord (to play) zonder ‘to’ met daarachter –ing.

Zij plagen me altijd. - They are always teasing me.
In bovenstaand voorbeeld is degene die de zin uitspreekt geïrriteerd. Het onderwerp in de zin is ‘they’, achter ‘they’ komt ‘are’ gevolgd door het hele werkwoord zonder ‘to’ met daarachter –ing.

Signaalwoorden

Er zijn een aantal signaalwoorden die aangeven dat in de zin een present continuous voor moet komen. Dit zijn de volgende:

Om aan te geven dat iets op het moment van spreken aan de gang is.

Now

At the moment

Listen (luister, hij is aan het zingen. - Listen, he is singing.)

Look (Kijk, hij speelt tennis. - Look, he is playing tennis.)

Etc.


Om aan te geven dat iets in de toekomst gaat gebeuren volgens een vast plan.

Tonight

Tomorrow

Next week.


Om irritatie aan te geven.
Meestal wordt hiervoor het woordje ‘always’ gebruikt.

He is always talking about his new bicycle