Home
 
Present Simple
Present Continuous
Past Simple
Past Perfect
Past Continuous
Be Going To
Will
The Passive

Adjectives

 
Contact

 

Past simple

Praten over het verleden

 

Gebruik

Als je in het Engels wil praten over iets dat in het verleden gebeurd is kun je gebruik maken van de past simple. De zin moet wel aan bepaalde voorwaarden voldoen, zo moet er bijvoorbeeld in staan wanneer datgene waar je over praat is gebeurd (d.m.v. woorden als: yesterday, last year, one hour ago, etc.).

De past simple kan ook gebruikt worden voor iets dat in het verleden is begonnen, een tijdje heeft geduurd en ook in het verleden is geëindigd (woorden als for of since kunnen een indicatie geven).

Vorm

Als het gaat om regelmatige werkwoorden is het niet al te ingewikkeld om de past simple te vormen.

Het onderwerp (I, he, she, it, we, they, the dog, my sister, etc) wordt gevolg door het hele werkwoord zonder ‘to’ met daarachter –ed.

Als het hele werkwoord al eindigt op –e (to score) dan komt er alleen een –d achter (scored), als het hele werkwoord eindigt op –y (to study) dan wordt die –y vervangen door –ied (studied) (dit geldt niet voor woorden die eindigen op een –y die wordt voorafgegaan door een klinker).


Ter verduidelijking volgen nu een aantal voorbeelden met uitleg.

Hij speelde gisteren een wedstijd. - He played a match yesterday.
Het woord ‘yesterday’ geeft aan dat het in deze zin gaat om iets dat in het verleden is gebeurd, gisteren om precies te zijn. Het onderwerp (he) wordt gevolgd door het hele werkwoord (to play) zonder ‘to’ met daarachter –ed.

Zij hebben daar twee jaar gewoond. - They lived there for two years.
In deze zin gaat het om iets dat in het verleden is begonnen, een tijdje heeft geduurd en ook in het verleden is geëindigd (zie het woordje ‘for’). Het onderwerp (they) wordt gevolgd door het hele werkwoord (to live) zonder ‘to’ met daarachter –d (het hele werkwoord eindigt op –e, in dat geval komt er alleen een –d achter, zie ‘vorm’).

Tot zover dit gedeelte over de Engelse grammatica, als het goed is weet je nu alles over de past simple dat je moet weten om op deze manier over het verleden te praten in het Engels. Veel mensen halen de verschillende tijden en werkwoordsvormen door elkaar, jij vanaf nu niet meer.