Past continuous
De past continuous wordt gebruikt als je wil aangeven dat er iets gebeurde in het verleden terwijl iets anders bezig was. Klinkt dit ingewikkeld? Het valt wel mee. Deze pagina bevat een haarfijne uitleg met duidelijke voorbeelden.
Gebruik
Als je wil praten over iets dat in het verleden is gebeurd gebruik je de past simple. Maar wat nou als je wilt vertellen over meerdere dingen die in het verleden plaatsvonden zonder connectie met het heden? Geen paniek, dat wordt hier uitgelegd.
Soms vinden twee dingen plaats op hetzelfde moment. In het Engels gebruiken we in dat geval de past continuous. Dat betekent dat als er iets gebeurd terwijl iets anders gaande is dat we datgene wat het langste duurt in de continuous zetten, oftewel, dat we een –ing vorm gebruiken.
Vorm
De past continuous wordt gevormd door het onderwerp (I, he, she, it, we, they, the dog, my sister, etc), gevolgd door de verleden tijd van het werkwoord ‘to be’ (zie rijtje hieronder) met daarachter het hele werkwoord plus –ing.
De verleden tijd van to be
I was
You were
He was
She was
It was
They were
We were
Nu volgen een aantal voorbeelden ter verduidelijking.
De telefoon ging terwijl ik in bad zat. - The phone rang as I was having a bath.
Degene die bovenstaande zin uitspreekt was iets aan het doen (hij of zij zat in bad), toen er iets anders gebeurde (de telefoon ging). Het rinkelen van de telefoon duurt korter dan het nemen van een bad (normaalgesproken), daarom staat het rinkelen van de telefoon in de past simple en het nemen van het bad in de past continuous. Hier wordt de past continuous gevormd door het onderwerp (I) gevolgd door de verleden tijd van ‘to be’ zonder ‘to’, met daarachter het hele werkwoord ‘to have’ zonder ‘to’ plus –ing. De letter ‘e’ achter ‘have’ is weggevallen.
Mijn moeder kwam de kamer in toen ik Gerard kuste. - My mother came into the room when I was kissing Gerard.
Degene die deze zin uitspreekt was ook bezig met iets toen iets anders gebeurde, hij of zij was Gerard aan het kussen toen moeder binnenkwam. Het onderwerp (I) wordt gevolgd door de verleden tijd van ‘to be’ met daarachter het hele werkwoord plus –ing.