Adverbs
In het Nederlands hebben we bijwoorden, in het Engels adverbs. Hieronder lees je alles wat je moet weten over dit deel van de Engelse grammatica.
Gebruik
Een adverb wordt gebruikt om iets te zeggen over een ander woord of andere woorden. Dat andere woord kan een werkwoord, een bijvoeglijke naamwoord (adjective) of een ander bijwoord zijn. Ook kan een adverb iets zeggen over een zinsdeel of een complete zin.
Kijk naar onderstaande voorbeelden, de adverb is onderstreept.
Hij rijdt langzaam - He drives slowly
In bovenstaand voorbeeld zegt de adverb (slowly) iets over het werkwoord (drives).
Dat is een hele mooie sweater - That is a very nice sweater
In dit voorbeeld zegt de adverb (very) iets over het bijvoeglijk naamwoord (nice).
Hij rijdt behoorlijk langzaam - He drives quite slowly
Hier zegt de adverb (quite) iets over een ander adverb (slowly).
Misschien heb je gelijk, maar het lijkt er niet op - Perhaps you are right, but it...
In dit voorbeeld vertelt de adverb (perhaps) iets over een zinsdeel (you are right).
Plotseling ging ze naar huis - Suddenly, she went home
Hierboven zegt de adverb (suddenly) iets over de complete zin (she went home).
Zoals aan de voorbeelden is te zien, vertellen adverbs waarom, waar, wanneer of hoe iets gebeurt (of gebeurd is).
Vorm
Uitleg over de vorm van adverbs volgt…