Home
 
Present Simple
Present Continuous
Past Simple
Past Perfect
Past Continuous
Be Going To
Will
The Passive

Adjectives

 

 
Contact

 

Adjectives

Voor het correct toepassen van het bijvoeglijk naamwoord, in het Engels adjective genoemd, is enige kennis van de grammaticaregels vereist. Alle informatie die je nodig hebt is hieronder te vinden.

 


De adjective geeft extra informatie over het zelfstandig naamwoord (in het Engels ‘noun’ genoemd). Een adjective geeft aan wat een zelfstandig naamwoord is of waar het op lijkt, zoals te zien in de volgende voorbeelden:


She sang a beatiful song.  -  Zij zong een mooi lied.
In bovenstaand voorbeeld zegt ‘ beautiful’ (mooi) iets over het lied dat de vrouw zong. In bovenstaand voorbeeld is ‘beautiful’ dus de adjective(bijvoeglijk naamwoord) en ‘song’ de noun(zelfstandig naamwoord).


It was a terribly hard decision to make.  -  Het was een verschrikkelijk moeilijke beslissing.
‘Hard’ zegt in bovenstaand voorbeeld iets over ‘decision’. ‘Hard’ is dus de adjective en decision de noun.

 

Vorm
Een adjective kan op twee plaatsen in een zin voorkomen, voor de noun(zelfstandig naamwoord) of na een copula(koppelwerkwoord) als be, seem, appear, look, sound, taste, feel en smell. Bijvoorbeeld:


The food smells awful.  -  Het eten ruikt weerzinwekkend.
In bovenstaand voorbeeld zegt ‘awful’ iets over ‘the food’. ‘Awful’ is dus de adjective in bovenstaande zin. ‘Smells’ is de copula(koppelwerkwoord), het verbindt ‘food’ met ‘awful’.


The man looks tired.  -  De man ziet er moe uit.
‘Tired’(adjective) zegt iets over ‘the man’(noun). Looks is de copula(koppelwerkwoord).

Volgorde
Als je meerdere adjectives nodig hebt om de noun te beschrijven kun je niet zomaar elke volgorde aanhouden die je wil, ook daar zijn regels voor. De volgorde van adjectives is als volgt:

 

Opinion(mening)
Wat jij vindt van de noun, andere mensen hoeven het hier niet mee eens te zijn.
The horrible book.  -  Het verschrikkelijke boek.
Size(grootte)
De grootte van de noun.
The tiny Mouse.  -  De kleine muis.
Age(leeftijd)
De leeftijd van de noun.
The old man.  -  De oude man.
Shape(vorm)
De vorm van de noun.
The round table.  -  De ronde tafel.
Colour(kleur)
De kleur van de noun.
The red bird.  -  De rode vogel.
Origin(afkomst)
De afkomst van de noun.
The German car.  -  De Duitse auto.
Material(materiaal)
Het materiaal van de noun.
The wooden bench.  -  De houten bank.
Purpose(doel)
Waar de noun voor gebruikt wordt.
The sleeping bag.  -  De slaapzak.

Als je al deze adjectives zou willen gebruiken dan kun je bijvoorbeeld de volgende (ietwat vreemde) zin vormen:

The horrible tiny old round red German wooden sleeping bag.